Goed tweede beheerjaar ANLb

We kijken terug op een goed tweede beheerjaar (2017). De bereidheid om deel te nemen aan het agrarisch natuur- en landschapsbeheer (ANLb), is onverminderd hoog.

Broedparen en legsels
In het voorjaar van 2017 is op 4.307 hectare een beperkte BMP-monitoring (Broedvogel Monitoring Project) uitgevoerd (twee telrondes in plaats van vijf). Op de gemonitorde oppervlakte zijn 5.540 geldige waarnemingen gedaan in twee telrondes, resulterend in 2.369 broedparen/territoria (gemiddeld 55,00 per 100 hectare). De meest voorkomende soorten waren (broedparen per 100 hectare):

  • Kievit 23,36
  • Grutto 13,12
  • Tureluur 4,50
  • Krakeend 4,06
  • Scholekster 3,69

In 2016 en 2017 samen zijn op 7.457 hectare 9.228 geldige waarnemingen gedaan in twee telrondes, resulterend in 3.902 broedparen/territoria (52,33 per 100 hectare). Dit is het geschatte aantal broedparen/territoria bij alle deelnemers met weidevogelbeheer in het werkgebied van Collectief Alblasserwaard/Vijfheerenlanden.

Op percelen met legselbeheer zijn hiervan in 2017 maar liefst 1.668 legsels getraceerd door vrijwilligers (excl. legsels gevonden door een vrijwilligster in de Vijfheerenlanden en door deelnemers zonder vrijwilliger).

ANLb-indicatorsoorten
Verder is in 2017 de botanische kwaliteit van enkele percelen (incl. botanische randen) door een vegetatiekundige gekarteerd op de ANLb-indicatorsoorten. De resultaten maken duidelijk dat er goede mogelijkheden zijn voor de (verdere) ontwikkeling van kruidenrijk grasland.

Slootbeheer
In 2017 is door diverse deelnemers voor het eerst meegedaan met beheer binnen het leefgebied ‘categorie water’ (bijna 85 kilometer gefaseerd baggeren met de baggerpomp). We kijken hier positief op terug, en werken aan een verdere verduurzaming van het slootbeheer in de regio.

weidekoning (www.vogeldagboek.nl)

Verbeterplan weidevogelbeheer

In overleg met diverse partijen, waaronder de weidevogelvrijwilligers en natuur- en vogelwachten, Staatsbosbeheer, Het Zuid-Hollands Landschap, Waterschap Rivierenland, provincie Zuid-Holland en diverse mede-collectieven, heeft Collectief Alblasserwaard/Vijfheerenlanden een verbeterplan opgesteld voor het weidevogelbeheer in de periode 2018-2021. Het plan, dat op 25 september bij de provincie is ingediend, bevat tien verbeterpunten, waaronder vernatting en ontwikkeling van kruidenrijk grasland. Op basis van het plan is een POP3-subsidieaanvraag ingediend bij de provincie, onder meer voor investeringen ten behoeve van plasdraspompen op zonne-energie en andere (infrastructurele) maatregelen.

Intussen wil het collectief voorzichtig experimenteren met topmozaïeken, ook een onderdeel van het verbeterplan. Deze mozaïeken hebben (onder meer) een bovengemiddelde weidevogelstand. In de topmozaïeken vindt een volwaardige BMP-monitoring plaats, in vijf telrondes.

Positief eerste beheerjaar ANLb

Collectief Alblasserwaard/Vijfheerenlanden kijkt positief terug op het eerste jaar van het nieuwe stelsel voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer (ANLb 2016-2021). De voortgangsgesprekken hierover met de beide provincies, Utrecht en Zuid-Holland, zijn naar volle tevredenheid verlopen.

grutto's, Adri de Groot
grutto’s, Adri de Groot

Opmerkelijk is het grote draagvlak voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer in de Alblasserwaard/Vijfheerenlanden. De bijna driehonderd deelnemers van het collectief beheren inmiddels zo’n 4.000 hectare grasland (netto weidevogelbeheer). Ruige mest wordt toegepast op zo’n 775 hectare (minimaal 10 ton per hectare). Door de circa 2.500 kilometer botanische randen (niet bemeste en bespoten bufferstroken langs boerensloten), ontstaat op meerdere plekken in het gebied een redelijk aaneengesloten groenblauwe dooradering. Verder beheren de deelnemers duizenden landschapselementen, zoals de voor het gebied zo kenmerkende knotbomen, hoogstambomen en poelen.

Het percentage gecontracteerd zwaar/bijzonder weidevogelbeheer is erg hoog: meer dan 33 procent, nog los van het soortenrijk grasland en de botanische randen. Hiermee voldoet het beheer ruimschoots aan de randvoorwaarden die de provincies in hun natuurbeheerplannen stellen. Bij bijzonder/zwaar beheer denkt het collectief onder meer aan grasland met rustperiode (later maaien, bijvoorbeeld na 8 juni, met of zonder voorweiden), kruidenrijk grasland (verschralen en later maaien), extensief beweid grasland en (greppel)plasdras, een aantrekkelijk nat biotoop voor weidevogels. Vooral vroeg in het voorjaar is de aantrekkingskracht van een (greppel)plasdras groot.

Voorzitter Cees de Jong: ‘Het nieuwe stelsel is kansrijk, maar niet vrijblijvend. Het is continu gericht op verbetering, afgestemd op de situatie in het veld. Lerend beheren, dat is de uitdaging waar we voor staan. Daarom vinden we het belangrijk dat de deelnemers werken op basis van vrijwilligheid, en tegen een passende vergoeding. Het huidige agrarisch natuur- en landschapsbeheer is geënt op stimuleren in plaats van afdwingen. Dat is een goed uitgangspunt, omdat hierdoor de intrinsieke motivatie van de deelnemers wordt bevorderd. Het is de kunst om het agrarisch natuur- en landschapsbeheer zo goed mogelijk te integreren in de bedrijfsvoering.’